zaterdag 3 april 2010

Gorilla's






De hele serie: KLIK
http://paul.macuser.nl/volcanos/

Vulcanoes National Park
We vertrokken op 1 april in de middag naar Ruhengeri, dat tegenwoordig Musanze heet. We gingen daar heen om te overnachten in Kiningi Guest House. Musanze ligt in het Noord-Oosten van Rwanda, niet ver van het grensgebied met D.R. Congo en Uganda. Dit grensgebied bestaat uit 5 vulkanen. Op de flanken van de vulkanen wonen een aantal groepen gorilla’s. De volgende dag zouden we opzoek gaan naar zo’n groep.

Eenmaal aangekomen bij het guest house sloeg het weer aardig om. Kortom, de regen kwam met bakken uit de lucht. Het was met een graadje of 17 ook best wel frisjes. Ondanks dat konden we ons wel vermaken, een uurtje op het overdekte terras om wat te drinken en toen het weer droog werd even in de buurt rondgelopen. Met de vulkanen op de achtergrond zeer fotogeniek. Een groepje jongenlui dat me vergezelde vertelde me dat ze aan het oefenen waren voor een voetbalcompetitie. Bij winst mochten ze naar Kigali, de hoofdstad, voor de finale. Ze hadden alleen nog geen bal, of ik even 15.000 Rwf wilde lappen. Nu woon ik inmiddels lang genoeg in dit land om te weten na dit soort verhalen niet meteen m’n knip te trekken.

Na het dinner in het guest house nog wat rond gelummeld in ons huisje, TV gekeken en toen naar bed. De volgende morgen moesten we om 6.00 uur op.

2 april 2010 – Na een ontbijtje en ingepakt te hebben vertrokken we naar het hoofdkantoor van de gorilla tracking organisatie. We moesten er om 7.00 uur verzamelen. Daar bij het hoofdkantoortje stonden al meer wandelaars te wachten. Na een kop thee en het checken van de permits werden we op basis van onze wensen in groepjes van circa acht personen verdeeld. Onze wens was om de Susa groep op te zoeken. Dat is de grootste groep gorilla’s die tevens het verste weg zit. Aanvankelijk dachten we een uurtje lopen, zo was ons immers verteld. Dat bleek een uurtje met de auto…

Na een welkomstwoordje door de gids – een aardige kerel – stapten we in onze auto om de ingang van het park op te zoeken. Eerste een halfuurtje op de main road en toen een half uur off the road. De Rav4 deed het goed maar na een half uur off the road waren we dat goed zat. We werden flink geschud en kuilen en keien ontwijken is heel vermoeiend. Ik had geen tijd en aandacht om te zwaaien naar alle kinderen langs de weg dus dat deden Jeroen en Marianne. Eindelijk kwamen we dan op plaats van bestemming. We kregen een flinke wandelstok en begonnen aan de wandeling van ‘een uurtje’. Ons gezelschap bestond uit een Zwitser en een Thais meisje uit Londen, een Chileen, twee Zweden waarvan er eentje al drie jaar in Rwanda woont. Dan waren wij er met z’n drietjes, dan hadden we de gids met een stagier nog, twee helpers waarvan eentje met een machette en voorop een man met een gun. Benieuwd waar die onderweg op gaat schieten.

We liepen door weilandjes met koeien en over aardappelveldjes. De meeste aardappelen in Rwanda komen uit deze streek. Vruchtbare grond werd ons verteld, zo op de flank van de vulkaan. De koeien die we tegen kwamen waren bruin en we zagen er twee die duidelijk gekruisd waren met onze Nederlandse koeien die hier jaren geleden in het kader van de hulpverlening waren geimporteerd. Echte Nederlandse zwart/witte koeien met enorme horens zoals alleen de lokale koeien die hebben.
Het viel een beetje tegen, de berg op wandelen. Na een half uurtje stonden de meeste wandelaars al aardig te hijgen als een postpaard. Daar deed ik zelf uit solidariteit ook aan mee. Af en toe omkijkend kwamen er steeds meer dreigende regenwolken onze kant van de vulkaan op gedreven, dat beloofde niet veel goeds. Gelukkig was het niet warm.

Na een uurtje door de aardappelveldjes stonden we aan de rand van het bos. Hier kregen we instructies van de gids wat we allemaal vooral niet mochten doen. Niks meenemen, niks achterlaten en je drollen begraven. Toen doken we het donkere bos in, en wij maar denken dat we na een uurtje wandelen er al waren. Nee, zo vertelde de gids… nu begint het pas. Het lopen door het bos viel zwaar tegen, de grond was drassig en glad van de bagger. Nu begreep ik ook die kerel met die machete. Die liep voorop om onwillig bamboe en ander struikgewas en koppie kleiner te maken. We stegen langzaam, het werd kouder en de lucht werd ijler. Jeroen had een GPS mee en wist te vertellen dat we na twee uur ploeteren al 2.5 km hadden afgelegd. Dat is echt niks, ondertussen waren we redelijk gesloopt doordat het zo zwaar was. De GPS vertelde ons ook dat we inmiddels op 3000 meter zaten, dat verklaarde ons gebrek aan zuurstof.

De gids pepte ons op door te zeggen dat we nog maar tien minuten hadden te gaan, na dertig minuten geloofde ik hem niet meer. Ondertussen was het tempo er wel uit en liepen we in mijn idee 100 meter per kwartier. Het bos werd donker maar wat opviel was dat het er erg lekker rook. Fris en kruidig. De begeleiders liepen een stuk vooruit en iedereen werd stil. Er dreigde toch wel wat te gaan gebeuren. Het laatste halfuur hadden we al wat gorilla nesten gezien en ook hun drollen. Gorilla’s hoeven die niet te begraven.
We moesten alles achterlaten qua tassen en wandelstokken. Alleen camera’s mochten mee. We glibberden verder en na tien minuten was daar de climax. De Susa groep. Even snel tellen, het waren er meer dan twintig. Nog meer climax, het begon plotseling enorm hard te regenen. Dat stond ook al niet in de folder. We realiseerden ons dat we inmiddels drie uur hadden gelopen over een afstand van drie kilometer. We waren bekaf en hadden knieen en heupen van boter.

We voelden ons vooral koud en nat, maar die silverback op 5 meter van mij vandaan maakte veel goed. Het was de chief van de groep en hield een babytje tegen zich aan om te beschermen tegen de regen. Camera's ratelden en maakten de voltreffers. We voelden ons allemaal fotograaf bij National Geographic.
Na een half uurtje in de regen elkaar aan hebben staan te gapen besloten we om terug te keren naar de tassen. Als het zou stoppen met regenen konden we nog wel even terug, helaas… het ging alleen maar harder plenzen. Maar, de foto’s waren gemaakt.

Inmiddels was het 13.00 uur en begonnen we aan de weg terug de berg af het bos uit. De terugweg was minder vermoeiend dan heen maar niet minder makkelijk. Door de onophoudelijke regen werd het gladder en gladder, was het niet de modder dan waren het wel de boomwortels die het moeilijk maakten. Ik probeerde nog wat met de paraplu, maar da’s niet handig in een oerwoud. Na een uur afdalen - Marianne deed dat veelal zitten en glijend in de modder - kwamen we bij de uitgang van het bamboe bos. Inmiddels was het gestopt met regenen en maakte ik de flauwe grap om nog even terug te gaan.

Het laatste uur daalde we verder af richting auto’s. Wederom door de aardappelveldjes, langs de hutjes waar het inmiddels rook naar houtvuurtjes. Ook op deze veldjes had de regen meedogenloos toegeslagen. Vanmorgen waren het nog wandelpaadjes, nu irrigatie kanaaltjes. Dat loopt ook niet echt comfortabel.

De man die vanmorgen nog voorop liep met de machete had nu Marianne aan een arm genomen om haar door de aardappelveldjes te loodsen. Hij dringt nu een paar Mutzig op mijn kosten J

Om 15.00 uur stonden we nat tot op ons onderbroek bij de auto’s. Onze voorbereidingen waren niet geweldig, te weinig druivensuiker mee en een goed regenpak was ook wel van pas gekomen. De moeilijkheidsgraad van de tracking hadden we ons aardig op verkeken, we zijn geen 18 meer blijkt nu. Een afstand van zes kilometer heen-en-terug draaien we normaal ons hand niet voor om. Maar als je bedenkt dat we hier zes uur over hebben gedaan geeft dat wel iets aan. We geven de schuld vooral aan de regen die ons pad zo onbegaanbaar maakte.

Als je dan denkt met droge kleren in de auto te kunnen stappen heb je het mis. Eerst moest er nog een zachte band gewisseld worden onder toeziend oog van zo’n veertig kinderen.

Terug naar Kigali en kort na het donker waren we weer thuis.

3 opmerkingen:

Abbey zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Abbey zei

Jemig wat een verhaal zeg. Een zware wandeling. Maar wat een schitterende foto's. Vooral die zilverrug... indrukwekkende verschijning! Wij waren vandaag in Haaren, vlakbij jullie honden. We hebben ze niet gezien, maar Frans zou ze een extra knuffel geven ;-)

Groetjes,
Marco & Dia

Dia zei

jeetje zeg ik he na het lezen al pijn in mijn voet! maar wel een ervaring ben er stil van.